De neiging tot splitsing en splijting is van alle tijden. Zij maakt deel uit van het dagelijks leven en laat zich overal zien in mens en maatschappij. De auteurs van dit boek verdiepen zich in de vraag waarom de mensheid eigenlijk zoveel moeite heeft met het verdragen van verschillen, en wat de psychoanalyse ons hierover kan leren.
De vraag welke onbewuste mechanismen kunnen leiden tot onderlinge verwijdering en vijandigheid, wordt belicht vanuit de psychoanalyse, de filosofie, de sociologie en de persoonlijke ervaringen van de auteurs.
In dit boek komen diverse vragen aan bod: waarom heeft de mens zoveel moeite zich te verhouden tot het vreemde? Wat heeft de hedendaagse psychoanalyse te zeggen over variaties in seksuele geaardheid en gender? Met welke uitdagingen krijgt de psychoanalytisch psychotherapeut te maken bij de behandeling van mensen met een migratieachtergrond? Wat zijn de intergenerationele gevolgen van discriminatie? Hoe kan de psychoanalyse bijdragen aan de emotionele doorwerking van innerlijke splijtingen?
De psychiater in een toekomstbestendige ggz

De vraag naar zorg voor psychiatrisch patiënten is enorm toegenomen. De wachtlijsten worden langer en steeds vaker worden verpleegkundigen en psychologen ingezet om deze toegenomen zorgvraag het hoofd te kunnen bieden. Tegelijk vinden we dat wij essentieel zijn voor de psychiatrisch patiënt. Onze visie daarop hebben we als beroepsgroep in 2005 opnieuw vastgelegd in de herziene Profielschets Psychiater.
Maar sinds 2005 zijn de tijden veranderd. In 2017 werd de verpleegkundig specialist via een wijziging van de Wet BIG gemachtigd zelfstandig (psycho)farmaca voor te schrijven. Het voorstel van de KNMG om deze bevoegdheid te koppelen aan een randvoorwaardelijk kader nam het parlement niet over. (Bij- en na)scholingsbedrijf Prelum organiseert intussen cursussen voor lichamelijk onderzoek voor verpleegkundig specialisten.
Voor 2026 staat op voorstel van de psychologen een wijziging van de Wet BIG op stapel, waarin de titel psychotherapeut als artikel-3-basisberoep verdwijnt en uitsluitend wordt gekoppeld aan de titel klinisch psycholoog, een artikel-14-beroep. Artsen, inclusief psychiaters, mogen dan de titel psychotherapeut niet meer voeren. Daarmee komen de psychologen terug op een eind jaren negentig gemaakte afspraak die inhield dat de titel psychotherapeut zou verdwijnen en de functie psychotherapie ondergebracht zou worden bij de beroepen psychiater en klinisch psycholoog.
Psychiaters vrezen, dat het veld in de toekomst de psychiater niet langer zal associëren met het uitvoeren van psychotherapie. Daarmee wordt onze beroepsgroep geconfronteerd met de vraag welke plaats de psychotherapie inneemt in de beroepsuitoefening.
NVvP beschrijf wat de rol van de psychiater in de praktijk van nu moet zijn
Onder druk van de toegenomen vraag, de oplopende kosten en de beperkte menskracht wordt de roep om taakherschikking binnen de ggz steeds sterker. In de praktijk betekent dat steeds meer werk van de psychiater gedaan wordt door lager opgeleide disciplines. Zo staat de meerwaarde van de integrale expertise van de psychiater op alle vier de kerngebieden – diagnostiek, psychotherapie, psychofarmacotherapie en somatiek – inmiddels ter discussie.
Door de uitbreiding van de bevoegdheden van aanpalende beroepen wordt het belangrijker dan voorheen om een eigen visie te ontwikkelen op de verschillen in deskundigheid en deze af te grenzen van die van de psychiater. Vervolgens is nodig dat – met deze visie als basis – de situaties waarin de deskundigheid van de psychiater ingezet moet worden in kaart wordt gebracht (en zo mogelijk afgezet tegen die van de andere beroepen). Een visie is noodzakelijk voor een goede inrichting van de (geestelijke) gezondheidszorg, duidelijkheid over het beleid van alle betrokken partijen en de legitimering van de tariefverschillen tussen psychiater en aanpalende beroepen.
Sinds de deregulering van overheidstaken en met de invoering van de marktwerking laat de overheid dit over aan Zorginstituut Nederland. Het zorginstituut doet dit sinds 2017 voor de ggz via het landelijke Kwaliteitsstatuut GGZ. In de laatste versie daarvan – uit 2020 – worden voor de behandeling van patiënten in de ggz alleen minimumnormen opgevoerd ten aanzien van de beroepskwalificatie. Die worden bovendien gekoppeld aan onwerkbaar gedefinieerde categorieën van patiënten. Het huidige Kwaliteitsstatuut GGZ 3.0 heeft daarmee de deur voor verdere deprofessionalisering van ons beroep ver open gezet.
De vraag wie in welke situatie het beste wat voor de patiënt kan doen, speelt al lang. In de Profielschets Psychiater wordt uiteengezet ‘waar de psychiater van is’. Intussen is de vraag wat de psychiater in de praktijk doet aan de orde. Wij stellen voor dat de NVvP een verenigingsbrede werkgroep instelt, die de Profielschets Psychiater gaat operationaliseren. De tijd dringt, het is voor de toekomst van ons beroep van groot belang dat de NVvP zich hierop intensief beraadt en helder beschrijft wat de rol van de psychiater in de praktijk van de hedendaagse ggz moet zijn.
Astrid Bakker en Jan Leijten